Tante Geer

Iedereen heeft wel vrienden of kennissen die we "oom" of “tante”noemen, maar dat feitelijk niet zijn. 

Zo had ik vroeger Ome Bas en Tante Geer. Bas was een kleine man, ietwat kalend en gezegend met een grote mond. Dat kwam goed uit want wij waren ook niet op ons mondje gevallen. Hij was getrouwd met tante Geer en zij woonden in Haarlem op het Groot Heiligland in een omgeving die vandaag de dag als een havermelk wijk wordt gezien. Echter in mijn jeugd was het gewoon een doodnormale wijk.

Mijn vader, moeder en ik gingen daar vaak op bezoek en ik speelde dan vaak met hun dochters Marjan, Mieke en Maud. Vandaag de dag zouden zij de drie M’s genoemd worden, maar dat zat er toen nog niet in. 

Ome Bas was vrachtwagenchauffeur “op Frankrijk” en ben meerdere keren met hem mee geweest. Het was elke keer een waar feest. In die tijd was van Nederland naar Frankrijk nog een hele operatie. Zo moest je om in Frankrijk ite geraken wel vijf keer langs de douane. 

Ikkan ik mij nog heel goed herinneren dat het onderweg pijpenstelen regende en er een hele rij personenauto's langs de kant stond te schuilen tegen de enorme regenval. Om maar geen beslagen ramen te krijgen,hadden ze hun ramen opengedraaid.

“Let maar eens op” zei ome Bas en hij reed met zijn Hanomag-Henschel F161S door alle plassen langs de kant van de weg. Al die auto’s werden getrakteerd op een waterhoos. Als je dan in de spiegel keek, zag je veel armgezwaai van boze automobilisten. Met veel plezier vervolgden wij onze rit.

Een aantal jaren geleden kreeg ik een brief in de bus met de mededeling dat Bas was overleden. Veel contact had ik niet meer, maar toch schrok ik. Uiteraard ben ik toen naar zijn uitvaart geweest. Het contact met de 3 M’s was heel hartverwarmend en ik genoot van het weerzien. Maar je weet hoe het gaat, je spreekt af om elkaar weer eens te zien, maar er komt dan weer helemaal niets van terecht.

Een paar weken geleden kreeg ik een appje van degene die ons vorige huis had gekocht. Hij vertelde dat hij een brief had ontvangen en dacht dat het om een overlijden ging.

Omdat wij niet thuis waren, ben ik er de volgende dag langs gereden, en ja hoor, Tante Geer was overleden op de respectabele leeftijd van 95 jaar.

Het vervelende was dat de uitvaart nog diezelfde dag zou plaatsvinden, maar ok, wat moet dat moet, en wij er naar toe.

De begrafenis zou plaatsvinden in Haarlem noord, waar de plechtigheid zou plaatsvinden in een schitterend art deco gebouw.

De dienst was sober en heel erg veel mensen waren er niet, maar toch had deze begrafenis voor mij toch iets magisch.

Op het einde werd de Internationale (het strijdlied der Socialisten voor onwetenden) gespeeld en op dat moment werd het mij een beetje te veel. Marjan zag dat en kwam op mij af en omhelsde mij.

Toen mijn moeder begraven werd, werd het Russische volkslied gespeeld als eerbetoon aan mijn vader en moeder. Zowel mijn ouders als onze Haarlemse vrienden waren verstokte communisten, waarvan enkelen in de dertiger jaren van de vorige eeuw nog tegen Franco meegevochten hadden tijdens de Spaanse burgeroorlog. Op dat moment besefte ik dat wij bijzondere ouders hebben gehad.

Het voelt vreemd en goed tegelijk aan om na zoveel jaren niets meer van elkaar te hebben vernomen, toch wederom deze warme gevoelens te ontdekken.

De bijeenkomst na afloop was er een om nooit meer te vergeten. Er waren veel mensen aanwezig die mijn vader en moeder nog kenden en ik heb heerlijk met veel mensen staan praten.

Zo zie je maar weer eens, “eert uw vader en uw moeder”, maar ook je oom en tante.

Vorige
Vorige

l'histoire se répète

Volgende
Volgende

Haringstal