Ove Kindvall

 6 mei 1970 zaten mijn vader en ik om 21.00 in spanning voor de zwart-wit buis. Die avond zou Feyenoord namelijk de Europa Cup finale spelen. Celtic, dat een jaar daarvoor in een broeierig Lissabon het gevreesde Inter op een hoop gespeeld had, was de tegenstander.

Met nog niet eerder vertoond supersnel aanvallend voetbal werden de leerlingen van Helenio Herrera, de meesters in het catenaccio, totaal ontmanteld en naar huis gestuurd.

Het Europese voetbal zag er destijds geheel anders uit dan zoals het nu wordt voorgeschoteld.

Toen kon het namelijk nog gebeuren dat, wanneer een underdog een hele goeie dag had, zij de torenhoge favoriet een pootje kon lichten, en zo de volgende ronde kon bereiken. Helaas is alles tegenwoordig anders in de door miljarden gedomineerde Champions League.

Maar dit even terzijde, want daar wil ik het nu niet over hebben.

Als fanatieke Ajacieden waren mijn vader en ik niet zo te spreken (zeg maar gerust jaloers) over de Europese successen die de Rotterdammers in het seizoen 1969/1970 aan elkaar regen. 

Elke ronde weer hoopten wij op een uitschakeling, maar noch AC Milan, Vorwarts Berlin of Legia Warschau bleken in staat de kuipbewoners een halt toe te roepen

De rivaliteit in die jaren nam nog niet zulke absurde vormen aan als vandaag de dag, maar was toch wel degelijk aanwezig.

Terug naar die bewuste avond. Scheidsrechter Lo Bello fluit exact op tijd voor de aftrap in het met slechts 53.000 toeschouwers gevulde San Siro. Het spel golft de eerste minuten een beetje op en neer tot de 28e minuut. De Italiaan fluit volledig onterecht voor een vrije trap op de rand van de “16”, recht voor het Rotterdamse doel.

Bobby Murdoch plaatst zich achter de bal. Een onverwacht hakballetje op Tommy Gemmell en de nummer 3 poeiert de bal recht door de muur langs Eddy Pieters Graafland, die kansloos was omdat de Italiaanse arbiter recht voor zijn neus stond in de baan van het schot. 

Vandaag de dag zou de VAR er zeker 10 minuten naar moeten kijken, maar gelukkig was die er toen nog niet. Mijn vader en ik hingen in de kroonluchters. Dat zou ze leren, die Rotterdammers.

Dat de wedstrijd een geheel andere wending zou nemen, konden wij toen nog niet bevroeden, maar 4 minuten later was het “helaas” alweer 1-1. Een vrije trap van Franz Hasil kwam na enig heen en weer ge-kop op het hoofd van Rinus Israel terecht, die Evan Williams met een welgemikte kopbal kansloos liet.

Daarna ging het spel heen en weer met kansen aan beide zijden. Gescoord werd er echter niet meer en na negentig minuten werd het  verlengen.

In de 117e minuut nam Rinus Israël (weer hij) een vrije trap en legde de bal diep weg op de al lopende Ove Kindvall. Billy McNeill schatte de bal volkomen verkeerd in en probeerde met een handsbal nog te redden wat er te redden viel. Hij slaagde daar, al achterover tuimelend, helaas maar half in. Ove Kindvall was er als de kippen bij om de bal achter de Schotse keeper te wippen.

Teleurstelling “all over” bij ons in huis. Zoveel ellende konden wij op een avond niet verdragen.

Vorige week is Ove Kindvall overleden, terwijl een paar weken eerder Rinus Israël ons was ontvallen. 

Het is toch wel typisch dat deze twee hoofdrolspelers uit mei 1970 zo kort na elkaar zijn heengegaan. 

Het zou mij niets verbazen als die twee die winnende goal daarboven nog vele malen over doen.

Vorige
Vorige

D-Day

Volgende
Volgende

Ijzeren Rinus